nldede

Sander (14 jaar)

Op verzoek van Jan Heuvel, therapeut van het Hausdörfer-instituut, willen wij hierbij graag verslag doen van onze ervaringen met de Hausdörfertherpie. “Wij” zijn de ouders – Ruud en Dorine – en Sander.

Het gaat hierbij om Sander. Sander is 14 jaar oud. Hij stottert al vanaf ongeveer zijn 3e jaar. De eerste “stotters” kwamen toen hij naar de peuterzaal ging. De leidsters vertelden ons dat Sander een jongetje imiteerde, dat stotterde. Het kwam toen ook nog maar sporadisch voor en we hebben toen nog geen actie ondernomen. Op de basisschool verergerde het stotteren. Het gebeurde nu vaker, zeker bij spannende gebeurtenissen zoals zijn verjaardag, Sinterklaas en dat soort evenementen. De schoollogopediste nam hem onder haar hoede. Tijdelijk trad er verbetering op, waardoor hij weer een aantal maanden niet naar logopedie ging, maar altijd kwam het stotteren terug en kwam Sander weer bij de schoollogopedie terecht. Inmiddels was het stotteren uitgegroeid van sporadisch naar constant.

Op een gegeven moment, Sander zat toen in groep 6, zag ook de schoollogopediste geen vooruitgang meer en opperde dat het misschien “tussen zijn oren zat”. Zij stelde voor met hem naar een kinderpsycholoog te gaan. Dit advies hebben wij opgevolgd. Sander heeft ongeveer 1 jaar bij deze kinderpsycholoog sessies gevolgd. Wij als ouders gingen hier ook regelmatig naartoe. Je moet verslag doen vanaf de zwangerschap. De psycholoog dacht dat wellicht het feit dat Sander een huilbaby is geweest, ook met het stotteren te maken kan hebben. Een soort van aandacht, eerst door te huilen, later door te stotteren. Wij hebben ons daar nooit zo in kunnen vinden. Ook hier verbeterde het praten in het begin, maar kwam ook vrij snel de terugval weer.

Na overleg met de psycholoog en de huisarts zijn we met Sander naar een logopediste in het ziekenhuis gegaan. Ook daar weer alles vanaf het begin verteld, evenals de acties die we inmiddels hadden ondernomen. Sander kreeg hier wekelijkse sessies van een uur. Het resultaat was weer hetzelfde, een tijdelijke verbetering, waardoor je denkt dat je nu het goede hebt gevonden, maar tenslotte toch weer terug naar af. De logopediste gaf aan dat het heel moeilijk was het stotteren “eruit te krijgen”, omdat het helemaal in Sander zat verweven. Ze raadde ons aan een jaar helemaal niets te doen, zodat er geen druk en spanning voor Sander meer bestond en te kijken of dit wellicht verbetering gaf.

Dit gaf echter geen enkele verbetering. Sander zat inmiddels in de brugklas en bleef er lustig op los stotteren. Gelukkig vonden er geen pesterijen plaats, maar wellicht werkte dat ook wel mee aan het feit dat hij er na het jaar rust geen zin meer in had om iets anders te gaan ondernemen. Begrijpelijk, maar voor ons moeilijk aanvaardbaar. We begrepen echter wel dat weer logopedie “meer van hetzelfde zou zijn” en hadden hier dus ook geen vertrouwen in.

Na de zomervakantie, aan het begin van de tweede klas, kwam ook op de ouderavond het stotteren van Sander ter sprake. Ook de mentrix vond dat er actie moest worden ondernomen. Na overleg met de leerlingenbegeleidster, Stichting Opmaat en zoeken op Internet, kwamen we uit bij het instituut Natuurlijk Spreken. Dit sprak ons het meeste aan, omdat er werd uitgegaan van andere uitgangspunten dan bij logopedie, waar ook veel aandacht wordt besteed aan de ademhaling. Bijvoorbeeld, bij deze therapie wordt aangegeven dat “verkeerd ademhalen” niet bestaat, ieder mens kan adem halen, maar dat dit eerder een gevolg is van het stotteren dan de oorzaak. En bijvoorbeeld, dat iedere stotteraar kan zingen, omdat de klank dan belangrijker wordt gemaakt dan de tekst, terwijl een stotteraar de tekst belangrijker maakt dan de klank. Het uitgangspunt is niet “niet meer stotteren”, maar het krijgen van voldoende spreekrust, waardoor het natuurlijk spreken vanzelf volgt. Dit vonden wij allemaal erg logisch en na een telefonisch onderhoud met Jan Heuvel hebben wij ons aangemeld.

Begin van dit jaar hebben wij de eerste therapiesessie gehad, samen met nog een ander ouderpaar met een dochter. Het begint met een voorstellingsronde in de vorm van een stoelendans. Je komt om de beurt op de “spreekstoel” terecht waar je voor de camera iets over jezelf vertelt en de kinderen daarnaast ook vertellen welke therapieën ze inmiddels hebben gehad. Er worden oefeningen gedaan om vertrouwen in elkaar te krijgen, zoals je laten vallen midden in de kring, gekke bekken trekken naar elkaar enz. Daarna kan je allemaal je eigen verhaal vertellen, zeg maar zoals hierboven. Jan vertelt hoe de therapie in elkaar steekt en dan beginnen de oefeningen. Klanken maken, zinnetjes maken die alleen uit klanken bestaan, daarna de klanken wat meer gaan sturen zodat het steeds meer verstaanbaar wordt.

‘s Middags krijg je allemaal een plaatje te zien, waarover je dan voor de camera een paar minuten al klanken sturend moet vertellen. De resultaten bij de kinderen zijn dan al verbluffend. Natuurlijk is het nog niet zonder haperingen, maar er is al veel meer spreekrust te zien. Wij vonden het heel goed dat ook wij als ouders deze dingen allemaal moesten meedoen, je verlangt het ook van je kind en dan merk je pas dat dit allemaal niet meevalt.
Aan het eind van de dag worden er afspraken gemaakt. Bijvoorbeeld, thuis wordt er een half uur per dag door het gehele gezin geoefend met klanken sturen. Daarnaast mag er ook gestotterd worden en hierop mag je als ouders niet wijzen. Alleen tijdens het half uurtje. Bij Sander ging dat heel goed, maar dan ook echt dat half uurtje. De rest van de dag stotterde hij er nog vrolijk op los en het kostte ons als ouders dan wel de nodige moeite om daarover niets te zeggen.

Na twee weken volgt de tweede sessie. De ervaringen van de afgelopen twee weken worden verteld. Wat is er fout gegaan en vooral, waardoor is het gekomen? Er worden weer oefeningen gedaan en de kinderen gaan ook stukjes voorlezen. Ook worden er weer video-opnamen gemaakt en afspraken voor de komende tijd. Uitgebreider dan de eerste keer. De kinderen beloven ook “buiten het gezin” klanken sturend te gaan praten, dus bij familie, wellicht op school. Voor Sander was dit een hele hoge drempel, op school was voor hem nog geen optie, wel heeft hij er met diverse vriendjes over gesproken.

Na ongeveer zes weken de eerste terugkomdag. Bij Sander is het ongeveer twee weken heel goed gegaan na de tweede sessie, daarna komt er toch een soort terugval en hadden we het gevoel weer terug te zijn bij af. Nadat hij echter had gehoord dat het bij Sharon heel goed ging en wij ook aan de telefoon tegen Jan hadden gezegd niet tevreden over Sander te zijn, pikte hij snel de draad weer op en ging het een week voor deze terugkomdag weer een stuk beter. De inzet is dus ook heel belangrijk. We keken op de terugkomdag de video van de eerste keer en dan is het verbazingwekkend hoe veel verder de kinderen al zijn. We waren eigenlijk vergeten hoe erg het was!

Ook nu worden de ervaringen van de afgelopen weken geëvalueerd. De boel wordt weer opgefrist, er wordt weer gelezen en er worden nieuwe video-opnamen gemaakt. Ter sprake komt hoe de “angst” overwonnen kan worden om het klanken sturend praten meer te gaan toepassen. Er worden nieuwe afspraken gemaakt. Sander en Sharon gaan elkaar wekelijks bellen. Het is tenslotte minder eng om met een “lotgenoot” te praten dan met een “buitenstaander”. Ook moeten er langere antwoorden worden gegeven. Dus niet: “hoe gaat het”. Antwoord: “goed” (waar Sander dus heel sterk in is, zo min mogelijk zeggen, dan valt het niet zo op), maar antwoord: “Met mij gaat het heel goed” of zoiets dergelijks. Ook eenmaal per dag de telefoon opnemen. Af en toe een stukje lezen. Met dit huiswerk gaan we weer naar huis.

We staan nu voor de tweede terugkomdag. Bij Sander is het ongeveer drie weken heel goed gegaan, daarna is het allemaal weer wat afgezakt. Hij probeert wel klanken te blijven sturen, maar desondanks zijn er toch weer veel haperingen. De afspraken is hij goed nagekomen. Het telefoneren met Sharon, het opnemen van de telefoon en het langere antwoorden geven gaat goed. We zijn blij dat er weer een terugkomdag voor de deur staat, zodat alles weer even wordt opgefrist. We zijn ervan overtuigd dat we op de goede weg zijn, maar dat deze weg wel wat langer zal zijn dan we in eerste instantie hadden gehoopt. Het is echter wel logisch dat een periode van 10 jaar stotteren niet in een paar weken veranderd kan worden in natuurlijk spreken.

De tweede terugkomdag (na zes weken), een hele spannende dag. De vorige keer zijn we al voorbereid dat er waarschijnlijk vandaag op straat met mensen een soort interview gehouden gaat worden. Dit gaat ‘s middags inderdaad plaatsvinden.
‘s Morgens vindt er weer een evaluatie plaats. Sander heeft zijn dag niet. Hij is ontzettend gespannen en krijgt de spreekrust maar niet te pakken, waardoor ook het praten heel moeizaam verloopt. Jan meent dat Sander nog teveel gefocust is op het niet willen stotteren in plaats van op het verkrijgen van spreekrust, waardoor het vloeiend spreken vanzelf zal gaan volgen. Na de lunch doet Jan extra oefeningen met Sander, waarna besloten wordt toch het straatinterview aan te gaan.
We gaan met elkaar naar een winkelcentrum vlak in de buurt, waar Sander en Sharon diverse mensen gaan interviewen. Ze vragen hen of ze iemand kennen die stottert, hoe men daarmee omgaat en of men ook eventuele stottertherapieën kent. Ze vertellen dat ze zelf met de Hausdörfer-methode bezig zijn. Na een moeizame start (ze vinden het allebei begrijpelijk doodeng) verloopt dit vrij vlot en Jan neemt de gesprekken op video op, waarna deze later worden bekeken. Ondanks de eerdere angst zijn Sander en Sharon (terecht) heel trots op zichzelf.
Aan het eind van de dag worden weer afspraken voor thuis gemaakt. Sander moet voorlopig met lezen ongevormde klanken maken, voorlopig 1 week lang iedere avond 1 bladzijde. Als het vertrouwen en de spreekrust terug is, pas weer klanken gaan vormen. Ook in het dagelijks leven vaker klanken maken in plaats van echt spreken, alsof je een hete aardappel in je mond hebt. Niet een specifiek half uurtje per dag klanken sturen, maar zoveel mogelijk. Nogmaals wordt gehamerd op het feit dat vloeiend spreken niet belangrijk is, wel het rustig zijn, spreekrust krijgen. Bovendien moet je je niets aantrekken van wat een ander denkt (flegma) en juist als het goed gaat, spelen met de klanken. Vol goede moed gaan we weer naar huis.

Na een paar weken gaat het met Sander weer de goede kant op.

 

Inschrijven

Wil je gratis 24 tips voor natuurlijk spreken ontvangen?

 

Lees hier de ervaringen van een willekeurige cursist:

Ik ben de afgelopen tijd in een fase in mijn leven gekomen dat ik een keuze moet gaan maken voor mijn toekomst. Omdat ik deze zomer zal gaan afstuderen en daarna aan het werk ga, vond ik het tijd om mijn stotterprobleem definitief de rug toe te keren.